Taoisme

Tao

De basis van het Taoisme is het ‘wu wei’, het niet-doen. Dat betekent niet passiviteit, maar afstand doen van al het kunstmatige, intellectualistische, aangeprate en onbelangrijke. Daarmee start de mens de reis terug naar zijn eigen natuurlijkheid en daarmee naar een tevredener en ontspannen leven.

De Tao is geen godsdienst, kent geen organisatie, geen gezag, en geen instituten. Haar uitgangspunt is ‘natuur’. Daarmee wordt in de Tao niet bedoeld het groen, het landschap enz., maar iets wat we ‘spontaniteit’ zouden kunnen noemen. En dan niet de spontaniteit die we associeren met impulsiviteit, maar het idee dat alles in de kosmos spontaan evolueert. Het Taoïsme wil dit ‘vanzelf’ ontstaan en evolueren – en zijn eigen weg vinden –  de kans geven.  Vandaar dat de Taoist altijd terughoudend is met ingrijpen, met iets pushen of sturen. Zij noemt dat ‘wu-wei’: zonder ‘doen’. En áls dat al nodig is, dan nooit vanuit ego-motieven. Ze is ervan overtuigd dat alleen op die manier de ‘10.000 dingen’ (alles in de kosmos) harmonieus en zelfvervullend samen gaan.

Geef een reactie